Wat is Uw klantvertrekpunt?
herman.schreuder 30 Aug 2010
Samenwerken
Het leuke is dat afdelingen die al jarenlang moeizaam met elkaar samenwerken, bijvoorbeeld omdat ze in de kwadranten linksonder en rechtsboven zitten, opeens meer begrip voor elkaar krijgen als ze zien waarom een afdeling die linksonder zit zich gedraagt zoals ze zich gedragen. Een typisch voorbeeld van een afdeling li-onder is bijvoorbeeld een ICT-beheerafdeling, of een Lydl op bedrijfsniveau. Re-boven zit bijvoorbeeld een afdeling productontwikkeling of een bedrijf als Google. Re-onder zit een bedrijf wat zich heeft gespecialiseerd door procesoptimalisatie (Lean, Six Sigma). Het wordt dan ook snel duidelijk dat in elk kwadrant er idealiter verschillende menstypen werkzaam zijn en waarom er in het verlengde daarvan ook een bijbehorende managementstijl gewenst is.
‘Oud stuurt nieuw’ of ‘Nieuw stuurt oud’
Wat je ook in de praktijk ziet is dat als een bedrijf voornamelijk li-onder zit en een afdeling heeft die zich re-boven wil positioneren er snel spanningen ontstaan. Er zijn twee mogelijkheden om een nieuw initiatief aan te sturen.: ‘Oud stuurt nieuw’ of ‘Nieuw stuurt oud’. De praktijk wijst uit dat een nieuw initiatief bijzonder weinig kans maakt als het aangestuurd word door de bestaande structuur. Die heeft namelijk de neiging het nieuwe initiatief te smoren in de bestuursstijl van li-onder. Dat is de dood in de pot voor het nieuwe initiatief. Omgekeerd geldt het ook. Als je een marketingafdeling een ICT-beheerafdeling laat aansturen wordt het binnen de kortste keren een chaos.
Winstgevendheid
Ook de winstgevendheid heeft een directe relatie met het model. Li-onder zitten de kostenbespaarders met de laagste marges, re-boven de bedrijven die zich geheel richten op de klant. Hierdoor zijn ze zo onderscheidend dat er sprake is van veel hogere marges, li-boven en re-onder zitten er qua marge een beetje tussenin.
Waardevrij
Ik heb gemerkt dat lezers zich snel willen identificeren met het kwadrant rechtsboven. Iedereen wil graag optimaal de klant bedienen en superflexibel zijn. Het model presenteert zich echter geheel waardevrij. Elk kwadrant heeft zijn eigen bestaansrecht.
Scan
Wilt U ook eens in korte tijd zicht krijgen op waar U als bedrijf of afdeling staat door een bedrijfs-of afdelingsscan te laten maken?. Onze ervaring is dat het vaak nieuw licht werpt op al lang bestaande verhoudingen en kan zo een waardevolle input leveren voor vervolgstappen.
Transitie
Herkent U met Uw afdeling of bedrijf in de positionering in één van de vier kwadranten maar wilt U daar eigenlijk niet zijn? Ook dan biedt het model handvatten om van het ene naar het andere kwadrant te komen.
Herman Schreuder
senior consultant
Interactieve dashboards
herman.schreuder 26 Aug 2010Interactieve dashboards : geven die antwoord dan?
Dashboards maken al langere tijd onderdeel uit van de directiekamer. Ze worden dan vaak gebruikt om de belangrijkste kpi’s periodiek in beeld te brengen. In de boardroom wordt vooral aandacht besteed aan de kpi’s die rood gekleurd zijn. Want die gaan tenslotte niet goed, nietwaar? De gebruikte kpi’s kunnen ook goed gebruikt worden om te toetsen of een bedrijf echt doet wat ze zegt. Maar dat is onderwerp voor een andere blog.
Hier gaat het om een iets andere toepassing, namelijk het kunnen stellen van what-if vragen aan een daartoe opgezet dashboard. Van te voren dient een bepaalde hoeveelheid geaggregeerde gegevens geladen te worden in een voor de applicatie makkelijk toegankelijke vorm. Is de data eenmaal geladen dan kun je als gebruiker middels knoppen en schuifjes allerlei what-if vragen stellen, waarbij het programma onmiddellijk antwoord geeft. Via drill-downs kun je steeds dieper op de data inzoemen. Het is een prima aanvulling op bestaande BI-omgevingen, sterker, sommige enthousiaste gebruikers geven aan dat het de toekomst van BI zal gaan worden. Dit heeft niet in de laatste plaats te maken met de huidige lange doorlooptijden van traditionale BI-trajecten. Als U weet welke data beschikbaar moeten zijn kan een omgeving in een aantal dagen opgezet worden. Vergelijkt U dat eens met de traditionele IT-omgeving die snel meerdere releases (rekent U maar met 6 weken voor 1 release) nodig heeft om iets op te zetten, met veel beperktere functionaliteit.
De vijf kenmerkende verschillen zijn:
- Zoals al aangegeven is het opzetten van de omgeving na het selecteren van de juiste datasets, een kwestie van een aantal dagen. Uw eigen IT-afdeling kan U dan behulpzaam zijn bij het laden van de gegevens in de database.
- De complete inhoud van de database wordt geladen in het geheugen. Dit gecombineerd met een slimme opslagstructuur zorgt voor een razendsnelle afhandeling van queries, waar een traditioneel opgezette omgeving in de verste verte niet tegenop kan.
- Deze manier van bevragen maakt gebruik van z.g. associatieve zoekmechanismen, waarbij je via allerlei paden bij het gewenste eindresultaat kunt komen. En natuurlijk: U zit zelf aan de knoppen om de gewenste what-if vragen te kunnen stellen.
- Het geeft U meer vrijheidsgraden in de relatie met Uw eigen IT-afdeling.
- Deze manier van BI is aantoonbaar goedkoper dan de traditionele manier van werken (meer dan 50% tav TCO, dit zit hem in lagere aanschafprijzen en veel lagere overheadkosten).
De toepassing is uitstekend geschikt voor omgevingen waarbij sprake is van het zoeken naar win-win situaties in bijvoorbeeld inkooptrajecten. Vaak vinden deze onderhandelingen nog plaats middels spreadsheets die heen en weer gestuurd worden.
Door van te voren met elkaar de set van mogelijke variabelen vast te stellen en die dan in het dashboard weer te geven ontstaat een uiterst dynamische onderhandelingsruimte waarin je elkaar sneller moet kunnen vinden.
Ik denk dat deze markt nog niet geheel volgroeid is, maar zeker flinke potentie heeft. Vooral het kunnen uitvoeren van in memory drill-downs op grote data-sets is vanuit een business-perspectief erg aantrekkelijk.
De kunst is om een goed product uit te kiezen en de juiste data klaar te zetten voor gebruik.
Ik hoop dat U snel een toepassing kunt bedenken voor Uw eigen omgeving.
Herman Schreuder
senior consultant
Geïntegreerd klantscherm
herman.schreuder 23 Aug 2010Als U in de verzekeringsbranche bezig bent herkent U zich hier vast wel in: U bent in het gelukkige bezit van een flink callcenter en de medewerkers doen hun uiterste best om de klant goed te woord te staan. U bent al jaren bezig met het begrip klantvriendelijkheid en hoe dat begrip nou vertaald moet worden naar de dagelijkse praktijk voor Uw medewerkers. Natuurlijk heeft U uw mensen getraind hoe ze de gesprekken het beste kunnen voeren maar er is ook nog zoiets als de bijbehorende informatie. Uw voorganger heeft geprobeerd om het aantal telefoongesprekken wat per tijdseenheid gevoerd moest worden op te voeren, maar dat heeft alleen maar geleid tot een nog grotere roep om een CRM-pakket, want de informatie is dermate gefragmenteerd opgeslagen dat de medewerkers zich al een slag in de rondte moesten ‘alt-tab-ben’ om de meest basale klantvragen binnen de gestelde tijd beantwoord te krijgen.
Omdat het selecteren van een pakket het vorige jaar is mislukt omdat de keuze van de Frontoffice niet aansloot bij de bestaande IT-standaarden kwam het onderwerp op de stapel met de omschrijving ‘gevoelig’ , met als gevolg in ieder geval een tijdelijke radiostilte t.a.v. dit onderwerp.
Het kan ook anders. Zonder integratieproblemen en zonder langdurige, moeizame IT-projecten. Waarom niet een aantal business-services gedefinieerd die precies de informatiebehoeften afdekken die U nodig heeft om zeg 95 % van de behoefte af te dekken? Een paar voorbeelden:
- Via van te voren gedefinieerde zoekcriteria al of niet via tussenresultaten(afhankelijk van het zoekcriterium) word precies de klant gevonden die U zoekt
- Per klant wordt dan in 1 overzichtelijk scherm de relevante verzekeringen getoond.
Als U zich eenmaal op pad begeven hebt zult U merken dat U snel ook nieuwe ideeën krijgt.
- U zou een service kunnen definiëren die de historie van de klant laat zien.
- Of de klanten te segmenteren en ze met bijvoorbeeld kleurtjes aan een doelgroep te koppelen
- Of de klanten met een betalingsachterstand rood te maken
- Of ‘goede’ klanten in beeld brengen die in aanmerking komen voor cross-selling. De mogelijkheden zijn eindeloos.
Als U als frontoffice-of callcenter-manager ook nog in staat bent aan te geven hoe u deze gegevens gepresenteerd wilt hebben dan hebt U in principe alles gedaan wat nodig is om een aparte flexibele laag te definiëren om Uw hardwerkende callcenter agents datgene te geven waar ze recht op hebben, namelijk een geïntegreerd klantscherm.
Herman Schreuder
Senior Consultant
Kenmerken van een succesvolle webservice
berry.groenendijk 19 Aug 2010Een (web)service is pas een service als deze wordt gebruikt en vooral wordt hergebruikt voor andere doeleinden of toepassingen dan waar de service oorspronkelijke voor in het leven is geroepen. Maar, hoe bevorder je nu (her)gebruik van bedrijfsservices?
Een veel gebruikte methode om het gebruik van services te bevorderen is het instellen van ‘governance’. Een comité stelt beleid op ten aanzien van de benodigde services en het gebruik ervan. En daar waar beleid wordt gecreëerd dient deze ook te worden afgedwongen. Eventueel zelfs met repercussies. Een goed comité zorgt ervoor dat het opgestelde beleid breed gedragen wordt binnen een organisatie. Bijvoorbeeld door belanghebbenden uit de organisatie innig te betrekken bij het opstellen van het beleid.
Desondanks blijkt de praktijk weerbarstig en loop je bij de implementatie van services tegen zaken als de volgende aan:
- SOA webservices, met name W3C webservices, zijn sterk gestandaardiseerd. De standaarden zijn echter complex en ook de op de standaarden gebaseerde software is technisch complex;
- Services zijn vaak een compromis qua functionaliteit. Er is altijd iemand die teleurgesteld is in wat een service kan. Dit remt hergebruik;
- Doorontwikkelingen kosten in de praktijk vaak veel tijd. Vanwege de complexiteit van de software, maar mogelijk ook vanwege de regeldruk van de governance zelf;
- Financiering kan een rol spelen. Bijvoorbeeld: de eigenaar van een service wil niet dat de ontwikkelkosten van een gewenste functionaliteit van een andere afdeling op zijn/haar budget drukt;
- Versiebeheer van W3C webservices maakt bijvoorbeeld dat afnemers vaak gedwongen hun software moeten aanpassen zonder dat er voor hen een directe noodzaak is of dat er direct voordeel uit te halen is.
Daar waar webservices binnen bedrijven vaak maar moeizaam worden (her)gebruikt zijn services die gekoppeld zijn aan applicaties en diensten op het internet vaak enorm populair. Sterker nog, de webservice vormt soms zelfs de basis van het succes van een internet applicatie. Wat maakt deze webservices zo populair? En wat kunnen eigenaren van webservices binnen bedrijven hiervan leren?
Een goed voorbeeld is Twitter. Twitter heeft een website waarmee je Twitter berichten kan schrijven. Maar, de meeste mensen gebruiken één van de vele Twitter programma’s voor op hun computer of voor op hun mobiele telefoon om Twitter berichten te volgen en te schrijven. Die vele tientallen programma’s kunnen ontstaan omdat Twitter een eenvoudig te gebruiken webservice aanbiedt.
Laten we de Twitter webservice eens zelf gebruiken. De volgende link toont alle Twitter berichten van de gebruiker ‘infoinnovator’ in zogenaamd JSON formaat: Twitter berichten van InfoInnovator. Wat je te zien krijgt is afhankelijk van de browser die je gebruikt, maar als het goed is zie je een lijst van Twitter berichten met nog een hele hoop informatie er omheen.
Waar het mij met dit voorbeeld om gaat is de eenvoud. Een simpele url die je in je browser kan plakken geeft je toegang tot de gestructureerde informatie van een internet dienst. Iedereen kan dit doen. Als afnemer heb ik aan niemand toestemming hoeven te vragen om dit te doen. Ik hoef ook aan niemand verantwoording af te leggen wat ik met de informatie ga doen. Ik kan mijn idee, om bijvoorbeeld een helemaal te gek en hip Twitter programma te maken, heel snel uitproberen. De drempel voor ontwikkelaars maar ook anderen om de Twitter webservice te gebruiken is dus heel erg laag. Dat verklaart de grote hoeveelheid aan Twitter programma’s en andere vormen waarin Twitter wordt gebruikt. Gebruikers kiezen hun favoriete programma en gaan Twitteren dat het een lieve lust is. En het gebruik van het Twitter platform en dus niet zozeer de website zelf, groeit enorm. Twitter is een platform. Een dienst waarop anderen hun diensten weer kunnen bouwen. Een informatie ecosysteem met de dienst Twitter in het middelpunt.
Natuurlijk is niet alle informatie op Twitter zo gemakkelijk toegankelijk. Bepaalde functies zijn beveiligd en alleen toegankelijk na authenticatie. Maar, de basis blijft eenvoud.
Als ik een aantal populaire internet webservices langs loop dan hebben die de volgende kenmerken. De webservice…
- heeft een voor de gebruiker duidelijk en nuttig doel;
- is laagdrempelig, eenvoudig en simpel in gebruik;
- kent een (zeer) liberaal beleid ten aanzien van het gebruik van de webservice;
- kent een levendige en actieve community van gebruikers die elkaar informeren en helpen en waarbij de webservice eigenaar actief participeert in die community;
- biedt continu nieuwe, innovatieve en of verbeterde mogelijkheden;
- heeft zo min mogelijk beveiliging daar waar het kan en een zo streng mogelijke beveiliging daar waar het moet;
- is technisch eenvoudig, waarbij de techniek heel nauw aansluit bij reeds bestaande en algemeen geaccepteerde technieken (REST);
- is flexibel in het ondersteunen van meerdere formaten waarin je de informatie kan opvragen;
- kent een informatiestructuur die losjes en iteratief tot stand is gekomen;
- heeft uitstekende documentatie die de service beschrijft met praktisch toepasbare voorbeelden;
- kent een duidelijk (informatie)beleid ten aanzien van nieuwe versies van de webservice met ruime overgangsperioden;
- is financieel vaak omzet gedreven in tegenstelling tot interne bedrijfsservices die vaak kosten gedreven zijn. Dit verschil is ook van invloed op hoe je tegen doorontwikkelingen van de webservices aankijkt.
Mijn persoonlijke mening is dat het succes van internet webservices uiteindelijk zal overslaan op het bedrijfsleven en de overheid, waarbij de goede dingen van W3C enterprise webservices elkaar zullen ontmoeten in de goede dingen van de internet REST webservices.
Bedrijven, gemeenten en instellingen hebben zo hun eigen dynamiek. Het zijn niet allemaal hippe internetbedrijven. Per bedrijf zal je moeten kijken wat het beste bij je past. Of juist sterk gestandaardiseerde systemen met stevige governance of juist meer laagdrempelige, eenvoudig te gebruiken systemen met een meer liberaal gebruiksbeleid of wellicht een mix van beide. Kies, maar kies weloverwogen.
Berry Groenendijk is informatie architect bij Caerleon.
23 juni 2010 - ronde tafel "Regie over de WMO keten"
berry.groenendijk 02 Jun 2010Op 23 juni 2010 organiseren Caerleon en Profict een rondetafel sessie rondom het thema "Regie over de WMO keten".
Aan de hand van een inleiding door Marieke Saeij (programmamanager ICT, gemeente Amsterdam), waarin zij de ins- en outs van de WMO implementatie binnen de gemeente Amsterdam zal toelichten, zullen wij van gedachten wisselen en gezamenlijk een aantal vraagstellingen definiëren om verder over te discussiëren. De rondetafel sessie kenmerkt zich door een actieve bijdrage van de deelnemers.
Mogelijke onderwerpen zijn:
- Hoe houd ik regie over de keten?
- Hoe verkrijg ik een integraal klantbeeld?
- Hoe doe je meer met minder?
- Welke mogelijkheden zijn er om gegevens binnen de keten te hergebruiken?
De rondetafel vindt plaats op een unieke locatie. Namelijk het nieuwe kantoor van Caerleon in de Watertoren van Bussum (www.watertorenbussum.nl).
Voor meer informatie stuur een e-mail naar: rondetafel@caerleon.nl
Informatie uitdagingen in de zorg en welzijn sector
berry.groenendijk 03 Mei 2010Lokale instellingen en gemeenten vormen gezamenlijk een maatschappelijk vangnet voor mensen in nood en mensen die een steuntje in de rug nodig hebben om mee te komen in het maatschappelijk verkeer. Gemeenten spelen in dit vangnet een centrale rol. Bijvoorbeeld bij de uitvoering van de WMO (Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning) hebben gemeenten een duidelijke regiefunctie. De gemeente brengt burgers met een zorgvraag en instellingen die de zorg kunnen leveren bij elkaar en de gemeente is daarbij verantwoordelijk voor een ordentelijke, rechtvaardige en controleerbare uitvoering.
Energie vraag planning
rijk.van.vulpen 12 Feb 2010De afgelopen jaren zijn we meermalen betrokken geweest bij het proces van het voorspellen van de energievraag bij energieleveranciers en -handelaren. Nauwkeurig 'load forecasten', zoals dit proces ook wel wordt genoemd, lijkt steeds meer in belang toe te nemen. zowel voor een portefeuille van retail klanten als voor interval bemeten klanten liggen daar belangrijke uitdagingen in. In deze blog benoemen we er een zevental.
Het belangrijkste uitgangspunt voor een goede forecast is uiteraard de integratie met een kwalitatief goede klantportfolio administratie, met daarin de juiste diversiteit aan klantkenmerken. Klantkenmerken die verklarend zijn voor het energieverbruik. De gebruikte kenmerken verschillen tussen een lange en korte termijn forecast en ook tussen groepen retail klanten en interval bemeten klanten. Uiteraard zijn type bedrijfsproces, graad van energie-efficiency, energie-verbruikende onderdelen, openings/produktietijden, economische stabiliteit/factoren en demografische factoren van invloed. Het op orde en kwalitatief goed onderhouden krijgen van de portfolio vraagt aandacht. Vooral bij nieuwe klanten moet hier systematisch aandacht aan worden besteed.
Een tweede factor van belang is de voorspelling van de ontwikkeling van de klantportefeuille. Hierbij gaat het om het marketing/verkoop succes van jezelf en de concurrentie, het behoud/verlengen van relaties met klanten en het tempo waarmee dat succes via het marktmodel en bestaande contracttermijnen zichtbaar wordt in de administratie. Het voorspellen en monitoren van de sales en campagne effectiviteit vraagt speciale aandacht.
Sterke sturing is vervolgens nodig op de data-kwaliteit van data toeleveranciers. Daarbij kun je denken aan de kwaliteit van de weersvoorspellingen, de datakwaliteit van historische verbruiken en de kwaliteit van de samenstelling van de portfolio. Hierbij gaat het ook om de tijdige beschikbaarheid van de informatie. Het samenstellen van een datakwaliteitsmonitor kan daarbij helpen.
Verder kan de kwaliteit van de voorspelling sterk worden vergroot door het efficient organiseren van nauw contact met belangrijke klanten. Een goede relatie resulteert in goede eigen nominaties, het doorgeven van veranderingen in hun aanwezigheid, bijv. overwerk of extra ploegendienst, in hun produktieproces, of in de beschikbaarheid van een eigen produktieeenheid (WKK, WKC), het doorgeven van lokale omstandigheden bijv. met het weer en bijzondere gebeurtenissen als stakingen, sportevents en karnaval. Uiteraard geldt dit zeker voor klanten die inherent slecht voorspelbaar zijn.
Het volgende aandachtspunt is de logische groepering van klanten. Uiteraard is het daarbij gewenst te groeperen zodanig dat de verbruiken gecorreleerd zijn, zodat specifieke kenmerken behouden blijven en kleine 'ruis' niet onnodig uitvergroot raken. De groepering kan bijv. rekening houden met vergelijkbare beïnvloedingsfactoren. Ook van belang is dat de groepering zodanig is dat ze efficient werkt. Bijvoorbeeld als één dag meetdata van een netbeheerder ontbreekt, dan moeten de betreffende aansluitingen kunnen worden gecorrigeerd. Of bijvoorbeeld als er stroomuitval is in een bepaalde regio dan moeten de betreffende klanten eenvoudig kunnen worden gecorrigeerd.
Verdere optimalisatie is mogelijk door toepassing en het combineren van verschillende voorspellingsmodellen voor een klantgroep. En door het combineren van beïnvloedingsfactoren tot bijgestelde factoren met een significante samenhang met de meetdata. Zo is het verbruik van een camping sterk gecorreleerd met 'aangenaam weer', een combinatie van zon, temperatuur, wind en neerslag.
Tot slot is het wenselijk specifiek te kijken naar de behoeften van verschillende afnemers van het forecast resultaat, forecast analyses en het forecast succes. Individuele klantforecasts worden veelal heel anders toegepast dan portfolio forecasts. Inkopers zoeken naar andere factoren dan risicobeheersers. De resultaten en rapportages geven hele verschillende invalshoeken.
Slimme energie prosumenten
rijk.van.vulpen 04 Jan 2010Slimheid lijkt hoogtij te vieren in energieland. Kijk maar naar termen als slimme meter, slim netwerk en slim energie beheer. Die slimheid komt voort uit informatie innovaties.
Moeten gebruikers van energie, bedrijven, consumenten, nu ook aan die slimheid geloven? Wat voor een invloed krijgt het op hen? In deze blog een kijkje in de toekomst voor energie gebruikers. De trends die mogelijk tot die slimheid gaan leiden.
De eerste aanleiding voor slimheid voor gebruikers vormt de energiebesparingstrend. Onder het motto 'meten is weten'worden kleine, makkelijk te installeren energie management apparaten en natuurlijk de slimme meter geïntroduceerd. Zo kan de gebruiker zijn verbruik analyseren en bijstellen. Een besparing van 10% kan toch al gauw vele honderden euro's per jaar opleveren.
Een tweede trend is dat gebruikers van energie ook steeds meer producenten van energie worden. Huizen/gebouwen of wijken/industrieterreinen worden uitgerust met zonnecollectoren, windgeneratoren (bijvoorbeeld verwerkt in de nok van het dak), zonneboilers, aardwarmte systemen, micro-gecombineerde warmte-stroom opweksystemen (WKK) en energie opslag systemen. Ieder heeft een besturings element, vaak met de mogelijkheden om de resultaten - zoals opgewekt vermogen, gerealiseerde opwarming - zichtbaar te maken. Het rendement c.q. de terugverdientijd is interessante informatie in dit geval.
De volgende stap naar slimheid ontstaat als de sturing van zowel de genoemde opwek-systemen als de grote verbruik-apparaten (wasmachine, vaatwasser, droger) met elkaar in verband kunnen worden gebracht. Hierdoor wordt optimalisatie in huis/pand of wijk/terrein mogelijk. In de lijn van deze stap ligt dat ook één centraal dashboard voor de gebruiker ontstaat, waarop voorkeuren, besturing, verbruiken en resultaten worden samengebracht. Ook verdere huisautomatisering komt hier ter sprake. Dit kan gecombineerd worden door aanvullende (informatie)diensten, zoals adviezen over de contractvorm met een energieleverancier, gezien de configuratie, adviezen over verdere optimalisatie van de configuratie of zelfs overdracht van de configuratie aan een beheerpartij.
Nog verder gaat het als prosumenten gaan samenwerken en een grote 'virtuele' energie-opwek/opslag-eenheid vormen. In een dergelijk model behoort ook centrale aansturing door het samenwerkingsverband tot de mogelijkheden. Het samenwerkingsverband kan dan dagelijks op de energiehandelsmarkt een rol gaan spelen en gunstige inkoop- en verkooptarieven en -contractvoorwaarden bedingen. Afspraken die tot de mogelijkheden behoren is dat het opladen van elektrische auto's collectief wordt 'afgeschakeld' op piekmomenten en wordt 'ingeschakeld' op dalmomenten. Of dat alle micro-WKKs in een piek op maximaal vermogen worden geschakeld. Individuele deelnemers moet het dan mogelijk zijn om 'voorkeuren' of gebruikspatroon (bijv. een vakantieafwezigheid) aan te geven. Hiermee wordt dan intelligent rekening gehouden en op geoptimaliseerd. En voor hen is het interessant om op dat moment ook financiele resultaten inzichtelijk te krijgen.
Als de energie markt dezelfde ontwikkeling doormaakt als de internet en telecom markten volgt er daarna een enorme groei in diensten en differentiatie in produkten en tarieven. En komen er nog niet te voorziene innovatie en waardetoevoeging tot stand.
Ja, die slimheid komt stapje voor stapje naar de prosument toe, met alle keuzevraagstukken en mogelijkheden van dien. Gelukkig hoort uitbesteden tegen die tijd tot de mogelijkheden.
Waarnemen
berry.groenendijk 31 Dec 2009Over wat een informatie architect doet bestaat veel discussie. Vaak wordt IT-architectuur vergeleken met bouwkundige architectuur. Jaap van Rees beschrijft in een artikel in 2003 dat beide definities van architectuur sterk van elkaar verschillen. IT-architectuur gaat vaak over regels en principes. Het gaat over het hoe (IT-)componenten met elkaar samenwerken. De IT-architect levert (meestal) slechts documenten op over hoe een systeem geconstrueerd moet worden. Bouwkundige architectuur gaat veel meer over het effect van een gebouw op zijn gebruikers en zijn omgeving. Het gaat over beleving, normen en waarden en cultuur. Het gaat over wat en waarom iets gebouwd wordt. En het gaat over hoe zich dit vertaalt in het gebouw dat opgeleverd gaat worden.
Dit vertaalt zich volgens Van Rees ook in de vaardigheden van een architect. Waarnemen is voor Van Rees een belangrijke vaardigheid van een bouwkundig architect. Door goed waar te nemen kan de architect iets ontwerpen wat de opdrachtgever nodig heeft. Daarbij neemt de architect vaak aspecten waar die in een organisatie bestaan, maar waarvan de organisatie zelf zich niet bewust is. "De ... architect is de regisseur van het beeldvormingsproces, dat hij samen met de opdrachtgever doorloopt." IT-architecten worden volgens Van Rees niet getraind in het waarnemen van een organisatie.
Christopher Alexander hecht ook veel belang aan waarnemen. Kijk naar een bestaande omgeving, het gedrag van mensen, de cultuur, etc. In die waarneming herken je ontwerppatronen. Christopher Alexander laat die ontwerppatronen de basis zijn voor nieuwe architectuur, zoals die van een stad. Ontwerppatronen zijn dynamisch, worden opgesteld door de gebruikers zelf en worden regelmatig geëvalueerd en bijgesteld. Via een geleid proces onstaat zo een organische groeiende gebouwde omgeving waarin mensen zich "thuis" voelen.
En ook mijn collega's Ruud van Vliet en Rijk van Vulpen hebben op deze site eerder gesproken over waarnemen. Zo heeft Ruud het gehad over de relativiteit van wereldbeelden en de betekenis ervan voor informatie architecten. En Rijk heeft eerder geschreven over een methodiek voor het waarnemen zoals beschreven door Goethe, het Goetheanisme.
De vraag is: Hoe neem je als goede (in de zin van Van Rees) informatie-architect een organisatie goed waar? Hoe laat je het voor die ene organisatie unieke gebruik van informatie tot uitdrukking komen in een informatiesysteem? En welke gevolgen heeft dat voor de implementatie ervan?
Een methode voor het waarnemen van het gedrag van mensen in een organisatie en het vastleggen ervan is het maken van personas. Personas zijn beschrijvingen van fictieve gebruikers van een informatiesysteem of een product. Via bijvoorbeeld interviews met gebruikers verkrijg je een veelheid aan informatie over hoe mensen in een organisatie werken, wat mensen van systemen verwachten, welke problemen zij ondervinden, etc. De veelheid aan gebruikers worden verdeeld in een aantal type gebruikers. Niet te weinig personas, maar ook niet te veel personas, maar wel altijd gerelateerd aan het product of informatiesysteem dat op dat moment gemaakt wordt.
Elk type gebruiker wordt uitgewerkt in een persona. Iedere persona krijgt een naam en een gezicht. Hiervoor worden vaak foto's en namen gebruikt die passen bij de persona. Door géén foto's of namen van bekende personen of personen uit de organisatie zelf te gebruiken, wordt vermeden dat een persona een karikatuur wordt. Van een persona wordt in detail beschreven wat zijn/haar context is, wat de eigenschappen of doelen zijn van de persona en welke eigenschappen van het product de persona waardevol vindt. Vaak komen er geanonimiseerde uitspraken van 'echte' gebruikers terug in een persona. Personas zijn dus niet zomaar verzinsels. Personas vertegenwoordigen voorbeeld gebruikers.
Projectleden en stakeholders kunnen zich identificeren met een persona en kunnen zich gaan inleven in de persona. Door personas op handige kaartjes of in een foldertje uit te werken kunnen teamleden personas gemakkelijk bij de hand houden tijdens het nemen van bijvoorbeeld ontwerpbeslissingen. Personas geven gedurende een project antwoord op de vraag: "Voor wie maak ik dit product?"
Personas kunnen nu gekoppeld worden aan (business)features. Simpelweg door de foto's van de personas bij de features te plakken. Het uitwerken van een feature kan nu gekoppeld worden aan nut van de feature voor een persona. Hoe werk ik de feature zo uit dat deze waardevol is voor deze persona? Welke karakteristieken moet het ontwerp hebben om geschikt te zijn voor dit type gebruiker? Bij de duizend-en-één beslissingen die er tijdens een IT project gemaakt worden, kunnen deze beslissingen genomen worden in relatie tot de onderkende personas. Ik denk zelf dat personas ook een goede bron kunnen vormen om tot een lijst van ontwerppatronen voor een product te komen.
Met behulp van personas kan er meer rekening gehouden worden met het effect dat een IT ontwerp heeft op de gebruikers van het informatiesysteem. Personas vormen een manier om de mens meer centraal te zetten in een IT ontwerp (user centric design). En dat is hard nodig.
Referenties:
- Pragmatic Personas: Putting the User back in User Stories
- Alan Cooper in "About Face 3: the Essentials of Interaction Design" en "The Inmates Are Running the Asylum: Why High-Tech Product Drive Us Crazy and How to Restore the Sanity"
Training en Coaching van informatie architecten
rijk.van.vulpen 11 Nov 2009Training en Coaching van informatie architecten
De toegevoegde waarde van de architect
Enterprise architecten hebben soms moeite om duidelijk te maken welke waarde ze toevoegen in de organisatie. Dat helpt niet om hun rol richting management en in projecten overtuigend te spelen. Ze worden vaak als vertragende ivoren toren denkers gezien. Natuurlijk kan dat heel anders. Bijvoorbeeld met een elevator pitch, waarvan de bijdrage afdruipt.
Persoonlijke vaardigheden
Architect zijn is veelzijdig. Je luistert scherp en open. Je onderhandelt stevig. Je brengt duidelijk over waar je voor staat. Je argumenteert onderbouwd en weloverwogen. Je zoekt het contact met alle belanghebbers. Je weet je gevechten te kiezen, politiek vaardig. Dat vraagt een schaap met vijf poten. Architect coaching brengt je verder.
De botsing tussen projectleider en een architect
De belangen van een projectleider en een architect lijken vaak strijdig. De eerste wil de oplossing realiseren binnen de mogelijkheden, beschikbare resources en tijd. De ander wil een hoog kwalitatieve en sluitende oplossing. De belangen botsen. Maar projectleider en architect kunnen elkaar ook opstuwen naar een prachtig resultaat.
Praktische architectuur
Architectuur is abstract en taai, in de vorm van principes en omvangrijke A3 platen. Maar architectuur kan ook heel concreet en snel zijn. In een duidelijke oplossing voor een project. In heldere keuzes en doorgehakte knopen. In een innovatief ontwerp. In direct antwoord op de vraag. Concreet worden is een kwestie van een paar uitgangspunten in de gaten houden.














