berry.groenendijk's blog

Syndicate content

Informatieinnovatie bij de uitvoering van de WMO

De uitvoering van de WMO moet goedkoper. Dat kan natuurlijk op velerlei manieren gerealiseerd worden. Goedkopere middelen of minder middelen inzetten is bijvoorbeeld een methode. Maar, dergelijke maatregelen leiden vaak ook tot verschraling van de dienstverlening. Creatieve en innovatieve oplossingen zijn vaak goedkoper en zijn vaak kwalitatief beter van aard. 

De Kanteling
 
In het WMO-project De Kanteling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt een model uitgewerkt dat aangeeft hoe gemeenten aan de wettelijke compensatieplicht kunnen voldoen. Gemeenten hebben binnen de WMO veel ruimte om hun eigen beleid te maken. In De Kanteling staat het te behalen resultaat voorop.
 
Een voorbeeld van een resultaat is: Iedere burger kan zich verplaatsen in, om en nabij het huis. Dit resultaat kan op verschillende manieren worden bereikt. Een cliënt kan bijvoorbeeld vragen om een bromscooter. Een gemeente kan er voor kiezen om simpelweg aan die vraag van de cliënt te voldoen. In De Kanteling wordt echter voorgesteld om in gesprek te gaan met de cliënt en om zodoende achter de vraag achter de vraag te komen. Wellicht blijkt uit het gesprek dat een cliënt bijvoorbeeld meer geholpen is met een aanvullend openbaar vervoer voorziening. Door op maat creatieve oplossingen te bieden en toch hetzelfde resultaat voor de cliënt te bereiken kan er kwalitatief een goede dienstverlening worden geleverd tegen lagere kosten.
 
De Kanteling wordt door veel gemeenten nu ingevuld door cliënten heel persoonlijk te benaderen bij een aanvraag. Vaak door bij de cliënt thuis langs te gaan en in gesprek te gaan met de cliënt. Voor veel gemeenten is dit een goede oplossing. Echter, opschaling naar grotere hoeveelheden aanvragen is voor een dergelijke oplossing een dure aangelegenheid. Voor grotere gemeenten zou het betekenen dat je een klein legertje ambtenaren nodig hebt om alle WMO aanvragen af te handelen. Automatisering kan helpen om grote hoeveelheden aanvragen met minder mensen af te handelen.
 
Automatisering van de uitvoering
 
Bij een grote gemeente als de gemeente Amsterdam blijkt dat 85% van de cliënten een enkelvoudige aanvraag doet. Door gebruik te maken van beslisbomen, geautomatiseerde processen en een sterke integratie met ketenpartners probeert de gemeente Amsterdam een cliënt zo snel als mogelijk te voorzien van de meest geschikte WMO voorziening. Een vervoerspas heeft een cliënt vaak al de volgende dag in huis en hulp bij het huishouden staat vaak al binnen 5 dagen bij de cliënt voor de deur. De overige cliënten hebben een meer complexe hulpvraag die door de gemeente Amsterdam minder geautomatiseerd wordt afgehandeld. Voor deze cliënten worden maatwerk voorzieningen geleverd. De gemeente Amsterdam heeft zo een proces ingericht dat eenvoudig is daar waar het kan en dat uitgebreid maatwerk levert daar waar nodig.
 
Geautomatiseerde processen bieden ook de mogelijkheid om over de verzamelde gegevens van geleverde voorzieningen analyses uit te voeren. Hierdoor kan er gericht naar mogelijkheden voor verbetering of kostenbesparing gezocht worden. 
 
Innovatie in de WMO uitvoering
 
Er is nog volop ruimte voor innovatie bij de uitvoering van de WMO. Gemeenten beginnen nog maar net de mogelijkheden te ontdekken van de ruimte die hen geboden wordt om de WMO uit te voeren. Zelf geef ik altijd als voorbeeld dat een gemeente bijvoorbeeld zou kunnen kijken naar hoe zij faciliterend kan zijn in het bij elkaar brengen van zorgvraag en zorgaanbod. Mensen zijn altruïstisch ingesteld en helpen elkaar graag. Wellicht is er iemand in de buurt die bereid is om iedere week een aantal mensen op te halen voor het wekelijkse bridge-avondje. Wellicht bespaart dit wel een aantal aanvragen voor aanvullend openbaar vervoer. Een gemeente kan bijvoorbeeld een marktplaats-achtige website inrichten waar zorgvraag en zorgaanbod bij elkaar kunnen worden gebracht. De gemeente faciliteert in dit geval slechts dat mensen elkaar kunnen helpen. Tegelijkertijd staat de gemeente door het aanbieden van een "zorg-marktplaats" midden in de WMO-samenleving. Door het vraag- en aanbodproces via de "zorg-marktplaats" te volgen kan een gemeente inspringen op trends en wellicht zelfs nieuwe voorzieningen in het leven roepen of beleidsaanpassingen doorvoeren.
 
De WMO biedt gemeenten veel ruimte om haar eigen WMO-beleid op te stellen. Dit biedt ruimte voor creatieve en innovatieve oplossingen passend bij de individuele situatie van de burger. Automatisering kan helpen om de kosten in de hand te houden en om regie te voeren. Daarbij is het de uitdaging om eenvoudig en snel te leveren daar waar het kan en uitgebreid maatwerk te leveren daar waar het moet. Caerleon denkt graag met u mee over creatieve en innovatie oplossingen om de WMO efficiënt uit te voeren.
 
Berry Groenendijk
Informatiearchitect
 
Disclaimer: Profict, net als Caerleon onderdeel van de Profict Groep, heeft voor de gemeente Amsterdam het administratieve systeem gebouwd dat de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven ondersteunt bij het uitvoeren van de WMO.

De cloud tegenbeweging

Cloud services kennen veel voordelen, vooral kostentechnische voordelen. Maar, ook nadelen. Zo zijn vele cloud services gebaseerd op open source software, maar is de cloud service zelf niet open source. Het gevaar bestaat dat er nieuw soort lock-in ontstaat. Kijk bij het afnemen van cloud services dan ook goed naar de juridische voorwaarden en hoe open de service is. Bijvoorbeeld: Heeft de service de mogelijkheid om uw eigen data weer uit het service op te halen?

Voor iedere beweging is er ook een tegenbeweging en zo ontstaat er inmiddels een beweging die streeft naar volledig gedistribueerde tegenhangers van bekende gecentraliseerde diensten als Facebook, Twitter, etc. 
 
Unhosted bijvoorbeeld streeft ernaar om webapplicaties te decentraliseren. In de Unhosted architectuur wordt dit bereikt door de data te ontkoppelen van de webapplicatie. De data wordt per gebruiker, volledig versleuteld opgeslagen in de cloud op een door de gebruiker gekozen plek. De webapplicatie waarmee de data kan worden bekeken en bewerkt draait volledig in de browser van de gebruiker. Bij traditionele webapplicaties, zoals Google Docs of Twitter, heeft de eigenaar van de website de (theoretische) mogelijkheid om de data van de gebruiker van de dienst, een document of een tweet, in te zien. In de opzet van Unhosted heeft de gebruiker cq. de eigenaar van de data te allen tijde volledige controle over zijn/haar gegevens en is het ongewild inzien van de data onmogelijk geworden. 
 
De beweging naar volledig gedistribueerde applicaties is ook gaande voor microblogging services als Twitter. Identi.ca biedt dezelfde functionaliteit als Twitter, maar is een volledig gedistribueerde dienst op basis van open source software die niet door één organisatie of bedrijf wordt gecontroleerd.
 
Eén van de meest recente initiatieven is het Freedom Box concept van Eben Moglen. De Freedom Box bestaat uit software die draait op een zogenaamde plug-server. Een plug-server is een klein en goedkoop apparaat dat direct in een stopcontact wordt gestoken. De software in de Freedom Box maakt het mogelijk om veilig aan gedistribueerde sociale netwerken deel te nemen, anoniem informatie te publiceren, versleuteld te e-mailen en om volledig versleuteld met andere te kunnen bellen. De Freedom Box verzekert iedere burger ervan dat deze, ook in deze digitale wereld, gemakkelijk, veilig en zonodig anoniem kan communiceren en informatie kan delen met andere burgers.
 
Cloud services bieden bedrijven vele voordelen, maar zullen niet voor iedereen de juiste oplossing betekenen. Volledig gedistribueerde oplossingen kennen bijvoorbeeld vaak een betere bescherming ten aanzien van de eigendom en privacy van (persoonlijke) gegevens en data. De cloud tegenbeweging kent vaak innovatieve oplossingen ten aanzien van informatie- en databeheer die veelal tijd nodig hebben om gemeengoed te worden. Het is een beweging om in de gaten te houden en om van te leren.
 
Berry Groenendijk
Informatie architect

IT trends in 2011 en hun invloed op uw IT strategie

Eén van de vele IT voorspellingen die aan het begin van ieder jaar gemaakt worden, raakte mij. Aaron Levie beschrijft 4 ontwikkelingen die volgens hem voor een paradigma verschuiving zullen zorgen in de IT strategie voor het bedrijfsleven. Die ontwikkelingen zijn: de cloud, (computer) mobiliteit, het polygame bedrijf en het sociale en persoonlijke karakter van bedrijfsapplicaties.

Cloud services zijn kostentechnisch gezien voor veel bedrijven zo aantrekkelijk dat vele bedrijven zullen overstappen van software in huis beheren naar software op basis van abonnementen (pay-as-you-go) in de cloud. De cloud zal echter geen heilige graal blijken te zijn. Maar gedreven door de kostentechnische voordelen zullen de nadelen overwonnen worden.

De mobiliteit van computer apparatuur zal alleen maar verder toenemen. Smart phones worden gebruikt om het internet te raadplegen en allerlei applicaties op te draaien. En met de recente introductie van de tablet computer zal het mobiele gebruik van computers alleen maar verder toenemen. De trend is helder. En steeds vaker zullen medewerkers in bedrijven en bij overheden mobiele computers gaan gebruiken en zullen zij gaan verlangen dat bedrijfsapplicaties ook werken op hun mobiele computer. Op welke moment van de dag dan ook.

Veel bedrijven hebben hun interne automatisering gebaseerd op sterk verticaal geïntegreerde producten van bekende software grootmachten. Er zijn tekenen dat bedrijven zich steeds vaker gaan afwenden van deze verticaal geïntegreerde producten en dat deze bedrijven qua IT inkoop steeds meer een polygaam karakter gaan krijgen. Het devies binnen bedrijven was voorheen "product X, tenzij...", maar steeds vaker zullen afdelingen van bedrijven de beste oplossing voor hun bedrijfprobleem eisen. En met pay-as-you-go cloud producten wordt de keuze van afdelingen voor dergelijke producten steeds gemakkelijker.

Sociale applicaties als LinkedIn zijn menig bedrijf binnen geslopen en zijn niet meer weg te denken. Waar voorheen contacten van medewerkers werden gezien als "eigendom" van een bedrijf is dit, mede dankzij applicaties als LinkedIn, allang niet meer het geval. Contacten zijn persoonlijk geworden. Onder andere sociale applicaties hebben er voor gezorgd dat tegenwoordig geldt: "kennis delen is macht". Daar waar bedrijven voorheen informatie voornamelijk voor zichzelf hielden, is tegenwoordig openheid en transparantie bijna een vanzelfsprekendheid geworden.

Bedrijven en hun IT afdelingen zullen op deze trends gaan inspelen. De introductie van cloud services maakt dat bedrijven minder hardware en bijbehorend personeel in-huis nodig hebben. Licentiebeheer zal steeds meer abonnementbeheer van cloud applicaties worden. Op hardware gebied zullen concepten als BYOC, Buy-Your-Own-Computer, geïntroduceerd worden. En sociale applicaties zullen een aanpassing vereisen van het informatiebeleid van bedrijven.

Heeft uw bedrijf al een visie ontwikkeld op deze trends?

Berry Groenendijk
Informatie architect

 

Kenmerken van een succesvolle webservice

Een (web)service is pas een service als deze wordt gebruikt en vooral wordt hergebruikt voor andere doeleinden of toepassingen dan waar de service oorspronkelijke voor in het leven is geroepen. Maar, hoe bevorder je nu (her)gebruik van bedrijfsservices?

Een veel gebruikte methode om het gebruik van services te bevorderen is het instellen van ‘governance’. Een comité stelt beleid op ten aanzien van de benodigde services en het gebruik ervan. En daar waar beleid wordt gecreëerd dient deze ook te worden afgedwongen. Eventueel zelfs met repercussies. Een goed comité zorgt ervoor dat het opgestelde beleid breed gedragen wordt binnen een organisatie. Bijvoorbeeld door belanghebbenden uit de organisatie innig te betrekken bij het opstellen van het beleid.

Desondanks blijkt de praktijk weerbarstig en loop je bij de implementatie van services tegen zaken als de volgende aan:

  • SOA webservices, met name W3C webservices, zijn sterk gestandaardiseerd. De standaarden zijn echter complex en ook de op de standaarden gebaseerde software is technisch complex;
  • Services zijn vaak een compromis qua functionaliteit. Er is altijd iemand die teleurgesteld is in wat een service kan. Dit remt hergebruik;
  • Doorontwikkelingen kosten in de praktijk vaak veel tijd. Vanwege de complexiteit van de software, maar mogelijk ook vanwege de regeldruk van de governance zelf;
  • Financiering kan een rol spelen. Bijvoorbeeld: de eigenaar van een service wil niet dat de ontwikkelkosten van een gewenste functionaliteit van een andere afdeling op zijn/haar budget drukt;
  • Versiebeheer van W3C webservices maakt bijvoorbeeld dat afnemers vaak gedwongen hun software moeten aanpassen zonder dat er voor hen een directe noodzaak is of dat er direct voordeel uit te halen is.

Daar waar webservices binnen bedrijven vaak maar moeizaam worden (her)gebruikt zijn services die gekoppeld zijn aan applicaties en diensten op het internet vaak enorm populair. Sterker nog, de webservice vormt soms zelfs de basis van het succes van een internet applicatie. Wat maakt deze webservices zo populair? En wat kunnen eigenaren van webservices binnen bedrijven hiervan leren?

Een goed voorbeeld is Twitter. Twitter heeft een website waarmee je Twitter berichten kan schrijven. Maar, de meeste mensen gebruiken één van de vele Twitter programma’s voor op hun computer of voor op hun mobiele telefoon om Twitter berichten te volgen en te schrijven. Die vele tientallen programma’s kunnen ontstaan omdat Twitter een eenvoudig te gebruiken webservice aanbiedt.

Laten we de Twitter webservice eens zelf gebruiken. De volgende link toont alle Twitter berichten van de gebruiker ‘infoinnovator’ in zogenaamd JSON formaat: Twitter berichten van InfoInnovator. Wat je te zien krijgt is afhankelijk van de browser die je gebruikt, maar als het goed is zie je een lijst van Twitter berichten met nog een hele hoop informatie er omheen.

Waar het mij met dit voorbeeld om gaat is de eenvoud. Een simpele url die je in je browser kan plakken geeft je toegang tot de gestructureerde informatie van een internet dienst. Iedereen kan dit doen. Als afnemer heb ik aan niemand toestemming hoeven te vragen om dit te doen. Ik hoef ook aan niemand verantwoording af te leggen wat ik met de informatie ga doen. Ik kan mijn idee, om bijvoorbeeld een helemaal te gek en hip Twitter programma te maken, heel snel uitproberen. De drempel voor ontwikkelaars maar ook anderen om de Twitter webservice te gebruiken is dus heel erg laag. Dat verklaart de grote hoeveelheid aan Twitter programma’s en andere vormen waarin Twitter wordt gebruikt. Gebruikers kiezen hun favoriete programma en gaan Twitteren dat het een lieve lust is. En het gebruik van het Twitter platform en dus niet zozeer de website zelf, groeit enorm. Twitter is een platform. Een dienst waarop anderen hun diensten weer kunnen bouwen. Een informatie ecosysteem met de dienst Twitter in het middelpunt.

Natuurlijk is niet alle informatie op Twitter zo gemakkelijk toegankelijk. Bepaalde functies zijn beveiligd en alleen toegankelijk na authenticatie. Maar, de basis blijft eenvoud.

Als ik een aantal populaire internet webservices langs loop dan hebben die de volgende kenmerken. De webservice…

  • heeft een voor de gebruiker duidelijk en nuttig doel;
  • is laagdrempelig, eenvoudig en simpel in gebruik;
  • kent een (zeer) liberaal beleid ten aanzien van het gebruik van de webservice;
  • kent een levendige en actieve community van gebruikers die elkaar informeren en helpen en waarbij de webservice eigenaar actief participeert in die community;
  • biedt continu nieuwe, innovatieve en of verbeterde mogelijkheden;
  • heeft zo min mogelijk beveiliging daar waar het kan en een zo streng mogelijke beveiliging daar waar het moet;
  • is technisch eenvoudig, waarbij de techniek heel nauw aansluit bij reeds bestaande en algemeen geaccepteerde technieken (REST);
  • is flexibel in het ondersteunen van meerdere formaten waarin je de informatie kan opvragen;
  • kent een informatiestructuur die losjes en iteratief tot stand is gekomen;
  • heeft uitstekende documentatie die de service beschrijft met praktisch toepasbare voorbeelden;
  • kent een duidelijk (informatie)beleid ten aanzien van nieuwe versies van de webservice met ruime overgangsperioden;
  • is financieel vaak omzet gedreven in tegenstelling tot interne bedrijfsservices die vaak kosten gedreven zijn. Dit verschil is ook van invloed op hoe je tegen doorontwikkelingen van de webservices aankijkt.

Mijn persoonlijke mening is dat het succes van internet webservices uiteindelijk zal overslaan op het bedrijfsleven en de overheid, waarbij de goede dingen van W3C enterprise webservices elkaar zullen ontmoeten in de goede dingen van de internet REST webservices.

Bedrijven, gemeenten en instellingen hebben zo hun eigen dynamiek. Het zijn niet allemaal hippe internetbedrijven. Per bedrijf zal je moeten kijken wat het beste bij je past. Of juist sterk gestandaardiseerde systemen met stevige governance of juist meer laagdrempelige, eenvoudig te gebruiken systemen met een meer liberaal gebruiksbeleid of wellicht een mix van beide. Kies, maar kies weloverwogen.

Berry Groenendijk is informatie architect bij Caerleon.

 

23 juni 2010 - ronde tafel "Regie over de WMO keten"

Op 23 juni 2010 organiseren Caerleon en Profict een rondetafel sessie rondom het thema "Regie over de WMO keten". 

Aan de hand van een inleiding door Marieke Saeij (programmamanager ICT, gemeente Amsterdam), waarin zij de ins- en outs van de WMO implementatie binnen de gemeente Amsterdam zal toelichten, zullen wij van gedachten wisselen en gezamenlijk een aantal vraagstellingen definiëren om verder over te discussiëren. De rondetafel sessie kenmerkt zich door een actieve bijdrage van de deelnemers.

Mogelijke onderwerpen zijn:

  • Hoe houd ik regie over de keten?
  • Hoe verkrijg ik een integraal klantbeeld?
  • Hoe doe je meer met minder?
  • Welke mogelijkheden zijn er om gegevens binnen de keten te hergebruiken?

De rondetafel vindt plaats op een unieke locatie. Namelijk het nieuwe kantoor van Caerleon in de Watertoren van Bussum (www.watertorenbussum.nl).

Voor meer informatie stuur een e-mail naar: rondetafel@caerleon.nl

 

Informatie uitdagingen in de zorg en welzijn sector

Lokale instellingen en gemeenten vormen gezamenlijk een maatschappelijk vangnet voor mensen in nood en mensen die een steuntje in de rug nodig hebben om mee te komen in het maatschappelijk verkeer. Gemeenten spelen in dit vangnet een centrale rol. Bijvoorbeeld bij de uitvoering van de WMO (Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning) hebben gemeenten een duidelijke regiefunctie. De gemeente brengt burgers met een zorgvraag en instellingen die de zorg kunnen leveren bij elkaar en de gemeente is daarbij verantwoordelijk voor een ordentelijke, rechtvaardige en controleerbare uitvoering.

In dit artikel wil ik een aantal concepten de revue laten passeren die een rol spelen bij het inrichten van een informatiesysteem dat gemeenten helpt hun regierol uit te voeren. 
 
Beslisbomen
 
Bij het uitvoeren van wet- en regelgeving worden gemeenten en lokale instellingen voor een aantal informatie uitdagingen gesteld. Zo is de wet- en regelgeving complex en constant aan verandering onderhevig. Daarbij wordt deze regelgeving aangevuld met gemeentelijke beleidsregels en of bedrijfsregels. Dergelijke regels worden op papier vaak uitgewerkt in beslisbomen. Dit is een prima notatiewijze die relatief gemakkelijk te "lezen" en te begrijpen is.
 
Cliënten en ook medewerkers van instellingen en gemeenten maken steeds vaker gebruik van (self-service) websites. Beslisbomen zullen dan ook steeds vaker in digitale vorm ingezet worden. Digitale beslisbomen geven je echter nog veel meer mogelijkheden. Zo kun je een beslisbomen alvast invullen met reeds bekende informatie. Bijvoorbeeld informatie uit de gemeentelijke basisadministratie omdat de cliënt is ingelogd middels zijn/haar DigiD.
 
Maar digitale beslisbomen geven je ook de mogelijkheid om de "collectieve intelligentie" van alle cliënten te gebruiken. Het analyseren van hoe cliënten de beslisbomen invullen, leert je bijvoorbeeld dat je een bepaalde vraag beter eerder kan stellen zodat een grotere groep cliënten sneller door de beslisboom heen kan lopen. Dergelijke aanpassingen in een beslisboom kunnen zelfs geheel dynamisch en automatisch worden doorgevoerd aan de hand van het invulgedrag van een groep gebruikers.
 
Cliëntgericht werken
 
Inzicht in de status van alle zaken van cliënten geeft bijvoorbeeld gemeenten het inzicht dat nodig is om haar regiefunctie goed uit te kunnen voeren. Cliënt- cq. zaakgerichte informatiesystemen geven dit inzicht.
 
Een cliëntgericht informatiesysteem bevat vooral persoongegevens. Bij gemeenten zijn die gegevens gebaseerd op de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie.
 
Zaakinformatie geeft de status weer van het (administratieve) werk dat een gemeente uitvoert bij het afhandelen van een aanvraag van een cliënt. Het afhandelen van een type zaak doorloopt een aantal stappen. Is een stap afgehandeld dan bereikt de zaak een bepaalde status. Zaakinformatie geeft een gemeente inzicht in de hoeveelheid onderhanden werk. En tegelijkertijd geeft zaakinformatie de cliënt inzicht in de status van zijn/haar aanvraag.
 
Verstrekkinginformatie is informatie over geleverde producten aan cliënten. Hetzij fysieke producten (bijvoorbeeld een scootmobiel), geld (bijvoorbeeld een vergoeding) of diensten (bijvoorbeeld hulp bij het huishouden). Opdrachten aan leveranciers om een product te leveren worden in een dergelijk systeem geregistreerd. Tegelijkertijd kunnen leveranciers berichten terug sturen om de status van de levering aan te geven. Gemeenten hebben met dergelijke informatie gedetailleerd inzicht in aangevraagde en geleverde producten aan cliënten.
 
Met één telefoontje naar een gemeente of met het bekijken van een webpagina op de website van de gemeente krijgt een cliënt inzicht in de status van zijn aanvraag bij de gemeente en de status van de levering door de leverancier. De gehele keten wordt hiermee, voor alle partijen, transparant en inzichtelijk.
 
Efficiëntie
 
De druk op het maatschappelijke vangnet van lokale instellingen en gemeenten zal in de toekomst vanwege de vergrijzing groter gaan worden. Tegelijkertijd worden budgetten voor het uitvoeren de maatschappelijk ondersteuning alsmaar kleiner. Dit spanningsveld vraagt om een efficiënte en effectieve uitvoering.
 
Efficiëntie kan of verschillende manieren worden bereikt. Zo kun je kijken naar de effectiviteit van de wet of de beleidsmaatregels. Een andere mogelijkheid is om naar de efficiëntie en effectiviteit van de informatiehuishouding in het maatschappelijk vangnet te kijken.
 
In het maatschappelijk vangnet gaat veel persoonsinformatie en dus privacy gevoelige informatie heen en weer. Op dit ogenblik zie je dat informatie op velerlei plekken en dus versplintert wordt opgeslagen. Dit komt de waarborg van privacy en de veiligheid van de informatie niet ten goede.
 
Het is veiliger als informatie zo veel mogelijk bij de oorspronkelijke bron blijft en dat er zo min mogelijk, liefst geen, kopieën van informatie ontstaan. Afnemers van de informatie slaan alleen een verwijzing naar de oorspronkelijke informatie op in hun eigen informatiesystemen. Een dergelijke architectuureis betekent wel dat de bron van de informatie 24 x 7 beschikbaar dient te zijn en dat de informatie met een zeer korte response tijd opvraagbaar dient te zijn. Denk Google snelheid. 
 
Een andere manier of efficiëntie te vergroten is samenwerking. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld samenwerken op het gebied van softwareontwikkeling. Open source softwareontwikkeling biedt hierbij een goed model voor samenwerking en voor bijdragen van commerciële partijen en zelfs individuen.
 
Samenwerken kan ook door het aanbieden en gebruiken van services. Met behulp van een netwerk van services, aangeboden door de verschillende instellingen in het maatschappelijk vangnet, kunnen deze instellingen informatie met elkaar uitwisselen. Uiteraard met behoud van de architectuureis om de informatie zo veel mogelijk bij de bron te laten liggen.
 
Berry Groenendijk
Informatie-architect bij Caerleon

Waarnemen

Over wat een informatie architect doet bestaat veel discussie. Vaak wordt IT-architectuur vergeleken met bouwkundige architectuur. Jaap van Rees beschrijft in een artikel in 2003 dat beide definities van architectuur sterk van elkaar verschillen. IT-architectuur gaat vaak over regels en principes. Het gaat over het hoe (IT-)componenten met elkaar samenwerken. De IT-architect levert (meestal) slechts documenten op over hoe een systeem geconstrueerd moet worden. Bouwkundige architectuur gaat veel meer over het effect van een gebouw op zijn gebruikers en zijn omgeving. Het gaat over beleving, normen en waarden en cultuur. Het gaat over wat en waarom iets gebouwd wordt. En het gaat over hoe zich dit vertaalt in het gebouw dat opgeleverd gaat worden.

Dit vertaalt zich volgens Van Rees ook in de vaardigheden van een architect. Waarnemen is voor Van Rees een belangrijke vaardigheid van een bouwkundig architect. Door goed waar te nemen kan de architect iets ontwerpen wat de opdrachtgever nodig heeft. Daarbij neemt de architect vaak aspecten waar die in een organisatie bestaan, maar waarvan de organisatie zelf zich niet bewust is. "De ... architect is de regisseur van het beeldvormingsproces, dat hij samen met de opdrachtgever doorloopt." IT-architecten worden volgens Van Rees niet getraind in het waarnemen van een organisatie.

Christopher Alexander hecht ook veel belang aan waarnemen. Kijk naar een bestaande omgeving, het gedrag van mensen, de cultuur, etc. In die waarneming herken je ontwerppatronen. Christopher Alexander laat die ontwerppatronen de basis zijn voor nieuwe architectuur, zoals die van een stad. Ontwerppatronen zijn dynamisch, worden opgesteld door de gebruikers zelf en worden regelmatig geëvalueerd en bijgesteld. Via een geleid proces onstaat zo een organische groeiende gebouwde omgeving waarin mensen zich "thuis" voelen.

En ook mijn collega's Ruud van Vliet en Rijk van Vulpen hebben op deze site eerder gesproken over waarnemen. Zo heeft Ruud het gehad over de relativiteit van wereldbeelden en de betekenis ervan voor informatie architecten. En Rijk heeft eerder geschreven over een methodiek voor het waarnemen zoals beschreven door Goethe, het Goetheanisme.

De vraag is: Hoe neem je als goede (in de zin van Van Rees) informatie-architect een organisatie goed waar? Hoe laat je het voor die ene organisatie unieke gebruik van informatie tot uitdrukking komen in een informatiesysteem? En welke gevolgen heeft dat voor de implementatie ervan?

Een methode voor het waarnemen van het gedrag van mensen in een organisatie en het vastleggen ervan is het maken van personas. Personas zijn beschrijvingen van fictieve gebruikers van een informatiesysteem of een product. Via bijvoorbeeld interviews met gebruikers verkrijg je een veelheid aan informatie over hoe mensen in een organisatie werken, wat mensen van systemen verwachten, welke problemen zij ondervinden, etc. De veelheid aan gebruikers worden verdeeld in een aantal type gebruikers. Niet te weinig personas, maar ook niet te veel personas, maar wel altijd gerelateerd aan het product of informatiesysteem dat op dat moment gemaakt wordt.

Elk type gebruiker wordt uitgewerkt in een persona. Iedere persona krijgt een naam en een gezicht. Hiervoor worden vaak foto's en namen gebruikt die passen bij de persona. Door géén foto's of namen van bekende personen of personen uit de organisatie zelf te gebruiken, wordt vermeden dat een persona een karikatuur wordt. Van een persona wordt in detail beschreven wat zijn/haar context is, wat de eigenschappen of doelen zijn van de persona en welke eigenschappen van het product de persona waardevol vindt. Vaak komen er geanonimiseerde uitspraken van 'echte' gebruikers terug in een persona. Personas zijn dus niet zomaar verzinsels. Personas vertegenwoordigen voorbeeld gebruikers.

Projectleden en stakeholders kunnen zich identificeren met een persona en kunnen zich gaan inleven in de persona. Door personas op handige kaartjes of in een foldertje uit te werken kunnen teamleden personas gemakkelijk bij de hand houden tijdens het nemen van bijvoorbeeld ontwerpbeslissingen. Personas geven gedurende een project antwoord op de vraag: "Voor wie maak ik dit product?"

Personas kunnen nu gekoppeld worden aan (business)features. Simpelweg door de foto's van de personas bij de features te plakken. Het uitwerken van een feature kan nu gekoppeld worden aan nut van de feature voor een persona. Hoe werk ik de feature zo uit dat deze waardevol is voor deze persona? Welke karakteristieken moet het ontwerp hebben om geschikt te zijn voor dit type gebruiker? Bij de duizend-en-één beslissingen die er tijdens een IT project gemaakt worden, kunnen deze beslissingen genomen worden in relatie tot de onderkende personas. Ik denk zelf dat personas ook een goede bron kunnen vormen om tot een lijst van ontwerppatronen voor een product te komen.

Met behulp van personas kan er meer rekening gehouden worden met het effect dat een IT ontwerp heeft op de gebruikers van het informatiesysteem. Personas vormen een manier om de mens meer centraal te zetten in een IT ontwerp (user centric design). En dat is hard nodig.

Referenties:

 

De evolutie van informatie

Informatie architecten gebruiken verschillende invalshoeken om naar bestaande informatie verzamelingen te kijken. Daarbij staat de mens centraal, zoals mijn collega Anneleen ook onlangs schreef.

Er zijn verschillende manieren om naar informatie te kijken, maar er zijn ook verschillende manieren om naar de wereld te kijken. Hoe ervaart iemand de wereld om zich heen? Wat is je wereldbeeld?

Diverse religies geven een verklaring voor het ontstaan van de wereld die aan ons voorbij trekt en proberen ook doel en zingeving te verklaren. Het is dit jaar, 2009, Darwin jaar. Darwin geeft, in vergelijking tot religies, een geheel andere kijk op het ontstaan en de ontwikkeling van het leven op aarde. In "The Origin of Species" presenteert Darwin een theorie die, zoals Dan Dennett zegt, "...the lifeless world of matter and the world of meaning, purpose and goals..." bij elkaar brengt en met elkaar in verband brengt.

In 2008 heeft Richard Dawkins een documentaire gemaakt getiteld "The Genius of Charles Darwin". Voor deze documentaire heeft Dawkins verschillende mensen geïnterviewd, o.a. Dan Dennett. In het interview bespreken Dawkins en Dennett een naturalistisch wereldbeeld vrij van bovennatuurlijke elementen en mythen. De evolutietheorie geeft een wetenschappelijk bewezen verklaring voor de ontwikkeling van de natuur om ons heen en voor de ontwikkeling van de mens als (dier)soort. In het interview laten Dawkins en Dennett tevens zien dat evolutionaire processen mogelijk ook ten grondslag liggen aan het ontstaan van taal, muziek, cultuur en samenlevingen.

Wezenlijk onderdeel van het evolutionaire proces is dat uit levenloze onderdelen (moleculen, proteïnen, etc.) complexe, levende organismen ontstaan. Continu worden er binnen dit evolutionaire proces kleine wijzigingen geïntroduceerd. Succesvolle wijzigingen blijven generaties lang bestaan. Minder succesvolle wijzigingen verdwijnen uiteindelijk. Het geheel van interacterende organismen is zich continu aan het aanpassen en leeft voort zonder enig doel of richting. De "bottom up" theorie van het zich ontvouwen van complexe systemen uit interacterende, relatief simpele onderdelen intrigeert mij.

Na het bekijken van het interview van Dawkins met Dennett vraag ik mij het volgende af. Liggen evolutionaire processen ook ten grondslag aan het ontstaan informatiesystemen? Is een informatiesysteem op te bouwen uit ogenschijnlijk eenvoudige elementen van waaruit zich, volgens een evolutionair proces, een complex informatiesysteem ontvouwt? Hoe flexibel en adaptief is zo'n systeem?

Dawkins en Dennett zien in het internet een web van interacterende software en informatie. Ideeën verspreiden zich in een ongekend tempo over het internet. Dawkins ziet overeenkomsten in de manier waarop informatie zich verspreid en ontwikkeld in een samenleving met de manier waarop in de natuur eigenschappen zich verspreiden en ontwikkelen. Dawkins heeft hier, in 1976, de term meme voor geïntroduceerd.

Een meme is een idee of concept dat zich kopieert van persoon naar persoon. Een persoon kan, volgens Dawkins, gezien worden als een host voor de replicatie van memes. De mens staat centraal in het verspreiden en laten voortbestaan van ideeën en concepten. En het internet is daarbij het meest recente middel dat de evolutie heeft voortgebracht om ideeën en concepten te verspreiden en te laten voorbestaan. Het internet is een "thinking tool" zoals Dennett zegt. De meme-theorie is interessante manier van kijken naar de rol van informatie in onze samenleving. De meme-theorie is (nog) niet wetenschappelijk bewezen en kent ook (wetenschappelijke) kritiek.

Het is interessant om in uw eigen organisatie te kijken naar het voorkomen van memes. Zijn er ideeën of concepten die zich binnen een organisatie gedragen als een meme. Zijn het gewenste of ongewenste memes? Hoe om te gaan met dergelijke memes? Welke memes zijn er met elkaar in competitie? Hoe gemakkelijk is het om nieuwe memes te introduceren?

Darwin heeft ons niet alleen een andere kijk op de natuur en op ons mensen gegeven, maar wellicht ook een heel andere kijk op de rol, het nut en het gedrag van informatie.

Berry Groenendijk is informatie architect bij Caerleon.

 

Hypermedia en informatie architectuur

Het internet, het bekendste voorbeeld van een hypermedium, heeft tot een enorme groei van electronisch beschikbare informatie geleid. Met behulp van hyperlinks worden verschillende informatieblokken aan elkaar gekoppeld waardoor een web van informatie ontstaat. Op het internet worden al deze hyperlinks gemaakt zónder dat er bijvoorbeeld een centrale faciliteit is die garandeert dat alle hyperlinks ook geldig zijn. Er niets dat garandeert dat een hyperlink ook daadwerkelijk aankomt. Dit lijkt een enorme tekortkoming, maar het heeft er in werkelijkheid mede toe geleid dat internet pagina's (HTML documenten) zeer gemakkelijk te maken, te publiceren en te (her)gebruiken zijn. Het publiceren van informatie op internet is dusdanig laag drempelig geworden dat bijna letterlijk iedereen informatie kan delen met letterlijk de hele wereld.

Bovenstaande roept bij mij als informatie architect de volgende vragen op. Zijn deze uitgangspunten van het internet ook toe te passen op bedrijfsapplicaties? Welke voor- of nadelen levert dit op voor bedrijven en met name voor medewerkers binnen een bedrijf? En wat betekent dit voor het werk van de informatie architect?

Een architectuurstijl die aan populariteit wint is ReST (Representation State Transfer). ReST neemt de eigenschappen het hypermedium internet als uitgangspunt. Roy T. Fielding heeft deze architectuurstijl beschreven in zijn dissertatie. In een softwaresysteem gebouwd volgens ReST uitgangspunten vormt de locatie, een URL, van een informatie-eenheid (een "resource") het uitgangspunt. Voor het manipuleren van alle informatie-eenheden staan slechts 4 (Engelstalige) acties ter beschikking: get, post, put en delete. Met behulp van hyperlinks worden alle informatie-eenheden aan elkaar gekoppeld. En ook nu geldt dat niets of niemand garandeert dat een hyperlink ook daadwerkelijk aankomt.

Laten we als voorbeeld alle medewerkers van het bedrijf MijnBedrijf in een ReST softwaresysteem zetten:

De actie GET op de resource http://mijnbedrijf.nl/medewerkers/ toont een lijst van alle medewerkers. Iedere medewerker in de lijst heeft een hyperlink waarmee we detailinformatie van de medewerker kunnen opvragen. Met de actie POST op dezelfde resource voegen we een nieuwe medewerker toe.

De actie GET op de resource http://mijnbedrijf.nl/medewerkers/janjansen/ toont de detailinformatie van de medewerker Jan Jansen. Bijv. een telefoonnummer, een geboortedatum, een foto, etc. Maar, bijv. ook hyperlink naar de afdeling waar de medewerker werkt (bijvoorbeeld: http://mijnbedrijf.nl/afdelingen/inkoop/). Met de actie PUT kunnen we detailgegevens van deze medewerker wijzigen. Met de actie DELETE verwijderen we de medewerker uit het systeem. Stel dat Piet Pietersen helemaal geen medewerker is van MijnBedrijf, dan levert de actie GET op de resource http://mijnbedrijf.nl/medewerkers/pietpietersen/ simpelweg een foutmelding op. De foutmelding geeft aan dat deze resource niet bestaat en dat deze medewerker dus onbekend is binnen MijnBedrijf.

De actie GET op de resource http://mijnbedrijf.nl/afdelingen/ toont alle afdelingen binnen een bedrijf. De lijst bevat ook hyperlinks naar iedere individuele afdeling. Met de actie POST kan een nieuwe afdeling aangemaakt worden.

De actie GET op de resource http://mijnbedrijf.nl/afdelingen/inkoop/ toont de detailinformatie van de afdeling inkoop, zoals een hyperlink naar de manager van de afdeling inkoop. Met de actie PUT kunnen we detailinformatie van de afdeling wijzigen, zoals bijv. de naam van de afdeling. Met de actie DELETE kunnen we afdeling in zijn geheel verwijderen.

De actie GET op de resource http://mijnbedrijf.nl/afdelingen/inkoop/medewerkers/ toont een lijst van hyperlinks naar alle medewerkers van de afdeling inkoop. Voorbeeld van een hyperlink die in de lijst getoond wordt: http://mijnbedrijf.nl/medewerkers/janjansen/.

De voordelen van een systeem gebouwd volgens ReST uitgangspunten is dat het resources kent die heel dicht liggen tegen het informatiemodel van het bedrijf. De urls van de resources zullen voor de medewerkers van het bedrijf dan ook heel natuurlijk overkomen. De beperkte set van acties zorgt er voor dat je gemakkelijk tegen een ReST systeem aan kan automatiseren. Hierbij helpt ook dat ReST verschillende representaties (bijvoorbeeld HTML, XML, JSON, etc.) toestaat van één en dezelfde resource. Een ReST systeem kan dus tegelijkertijd gebruikt worden door mensen maar ook gebruikt worden om bijvoorbeeld integraties met andere bedrijfssystemen te realiseren.

De nadelen van een softwaresysteem gebaseerd op ReST uitgangspunten is de nu nog relatieve onbekendheid. Zeker bij bedrijfsapplicaties. Steeds meer cloud computing diensten op internet, zoals aangeboden door bijv. Amazon en Google, prefereren het aanbieden van een ReST interface op hun diensten in plaats van een interface gebaseerd op een service geörienteerde webservice (SOA). Mede hierdoor zal ook steeds vaker in (standaard) producten ReST interfaces te vinden zijn. 

Voor de informatie architect betekent ReST een nieuwe cq. een andere manier om een informatiemodel uit te werken in een werkend software systeem. ReST legt de focus op het definiëren van informatie-eenheden en op het onderkennen van relaties tussen deze informatie-eenheden. ReST sluit daarmee, naar mijn mening, nauw aan op de kracht van een informatie architect: het maken van een blauwdruk van informatie binnen een kennisdomein.

Berry Groenendijk is informatie architect bij Caerleon.