rijk.van.vulpen's blog

Syndicate content

SOA en architectuur taal Archimate

Er wordt gezegd dat Service Orientatie de brug tusse Business en ICT weet te slaan. In Archimate, the Architectuur taal, kan het concrete resultaat hiervan worden gezien. Services zitten in het hart van de taal. Dit kern element is aanwezig op alle architectuur niveaus. Externe business services overbruggen het gat naar de buitenwereld en externe applicatie services overbruggen het gat tussen de de business architectuur en de informatie architectuur. Technische services doen hetzelfde tussen informatie architectuur en technologie architectuur.

Kunnen services worden getekend tussen de horizontale Zachman lagen vraag ik me af?

Service Normaal Vorm

Vandaag was ik aan het werk met het vinden van geschikte business services. Zoals altijd legde ik lakmoes proef criteria aan zoals een goede abstracties, goede verdeling van verantwoordelijkheden en maximale cohesie en minimale koppeling. Ook keek ik naar de toegevoegde waarde van een gevonden verzameling services, ik keek of ik er op ieder niveau 7 +/- 2 had gevonden en of ik voor een service ook afnemers kon vinden. Maar de ontwerpbeslissingen die ik nam bevredigden me niet volkomen. Plotseling kreeg ik een ingeving: is er niet net zoals bij de database theorie zoiets als een service normaal vorm, met standaard regels hoe je ze vindt, hoe je ze valideert en optimaliseert?

Al surfend op internet bleek dat  anderen al eerder dezelfde gedachte hadden gehad. Ze hebben onderzocht "welke eigenschappen een "goede" service zou moeten hebben". Ik zal het lezen en er later eens op terugkomen.

Waar ligt het initiatief in an SOA architectuur?

Ik ben gecharmeerd van de figuur hieronder (origineel van Oracle BEA). De meeste van de gelaagde SOA modellen plaatsen de GUI laag bovenaan, bij de gebruiker. Dan volgt de proceslaag, de business of domein logica laag en de data services laag.

Ik heb me altijd afgevraagd welke laag nu het initiatief had. Het leek er altijd op alsof het initiatief van de gebruiker moest komen via de GUI laag.

In deze figuur lijkt het er veel meer op (als de gebruiker zich bovenaan de afbeelding bevindt) dat de proces laag het initiatief heeft. Alleen door een actie van die laag krijgt de gebruiker zijn presentatiescherm. Presentatie is niet eerst. Dat lijkt mij de goede volgorde. Bovendien heeft de proces laag toegang tot alle andere lagen, zonder via andere lagen te moeten. Ook dat lijkt me zinnig. De Information Services direct toegankelijk hebben, zonder domein laag, is vooral zinnig op informatie te bekijken.

Hoe maak je je onderneming service georienteerd?

Ik werd gewezen op de bijdrage van Niels Klinkenberg aan het LAC 2007 met betrekking tot SOE (de Service geOrienteerde Enterprise). In zijn presentatie wordt de relatie gelegd tussen service orientatie en een network van organisaties, gericht op slimme samenwerking. De presentatie definieert de condities waaronder je succesvol een SOE kunt neerzetten en hoe je hem werkend krijgt.

Architectuur en Flexibiliteit: Twee Snelheden

Ik was in gesprek vandaag met Ruud van Vliet over de twee werelden die SOA lijkt op te leveren.

We merkten op dat SOA een trage wereld van core competenties, core services, oplevert die een zeer hoge kwaliteit en grote robuustheid moeten hebben. Dergelijke services worden typisch in releases opgeleverd die 3 maanden of meer duren. In de meeste bedrijven liggen die services verborgen in erfenis systemen (een leukere term dan legacy) en die kunnen stap voor stap worden ontsloten.

Daar tegenover staat een snelle wereld van mashup, samenstellen, integreren and via een proces aan elkaar knopen, waarin veranderingen dagelijks of wekelijks kunnen worden doorgevoerd. Soms is daarbij een ontwikkelcyclus nodig, soms zelf niet. Door het combineren en remixen van bestaande data en services kun je snelle veranderingen in de business doorvoeren.

Dit kan gaan leiden tot hele nieuwe rollen bij informatie innovatie. Aan de ene kant de communicatief vaardige, snelle business analist die nieuwe business ervaringen kan configureren in korte tijd, door hergebruik van bestaande services uit een service repository. Anderzijds techneuten, die nieuwe core services in een veel grote tijdspanne opleveren.

De nieuwe weg voor de informatie architect: Faust en de Duivel

Wat zouden wij informatie architecten geven voor een elegant en passend wereldbeeld van het organisatie domein? Faust, de hoofdpersoon uit het gelijknamige boek door Goethe, was bereid zijn ziel daarvoor te verkopen. En Goethe, Johann Wolfgang von Goethe, kon weten wat de consequentie was. Behalve advocaat, dichter, humanist en schrijver was hij een wetenschapper met een nieuwe onderzoeksmethode. Een onderzoeksmethode die we, in mijn mening, als informatie architecten goed kunnen gebruiken.

Zijn methode heet (Goethesiaanse) phenomenologie of Goetheanisme. Hij ontwikkelde het in de biologie en natuurkunde door de studie van planten en de studie van kleuren. En hij vond daarmee fundementele patronen, plantpatronen bijvoorbeeld. Zijn methode bestaat uit een aantal stappen.

De eerste fase: exacte zintuigelijke ervaring: intensief gebruik van de zintuigen en observatie van het onderhavige systeem. Niet tevreden zijn met een beperkt aantal cases. Maar zeer intensief, langdurig en zeer geconcentreerde observatie van het probleemdomein, studerend op uitzonderingen en onregelmatigheden. En niet door nu al te duiden wat wordt geobserveerd, maar alleen meer en meer feiten in het geheugen opnemen. Doelstelling is om diep in de situatie te kruipen.

De tweede fase: wendbare verbeelding: gegeven alle verzamelde feiten, probeer een holistisch en dynamisch beeld te maken van de situatie, door gebruik te maken van de afbeelding en film creërende vaardigheden van het brein. De geheugen opslag voor de individuele feiten smelten daarmee als het ware in één.

De derde fase: innerlijke hercreatie en herhaling: nog steeds je oordeel uitstellend, speel het beeld of de film steeds opnieuw af, zodat je dieper en dieper in de situatie terecht komt, om de essentie te naderen. Een antwoord over de structuur of de essentie van de situatie komt dan vanzelf.

De vierde fase: beschouwend oordelen: herken door denken de patronen, archetypes, regels of blueprint van de situatie.

Dit alles lijkt op wat goede detectives lijken te doen: laat de feiten voor zichzelf spreken, leef je door de hele situatie heen en kom tot je essentiele en creatieve conclusies. Dus laten we Morse, Frost of Dalgliesh kopiëren.

Deze blog is geïnspireerd door het boek Aardschok, Bliksemflits door Wil Uitgeest.

Rijk van Vulpen is enterprise architect bij Caerleon.

Architectuur beelden door Kubisten en Futuristen

Mijn collega Ruud van Vliet heeft de toekomst van de informatie architect gepresenteerd op het LAC2008. Eén van zijn observaties is dat een informatie architect met vele wereldbeelden tegelijkertijd moet kunnen goochelen. Hij moet veel aspecten van een probleemdomein vanuit verschillende invalshoeken tegelijk kunnen zien.

Dit vraagt voor een holistische blik en een synthese proces. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Is de menselijke geest tot zo iets in staat? Kan ik dat het beste doen door even naar één aspect in detail te gaan kijken, daarna switchend naar een ander aspect, zo snel dat flinters van de eerste blik voor een tijdje in mijn geheugen blijft staan? En hoe maak ik de resultaten daaruit dan aan belanghebbenden duidelijk?

Mogelijke antwoorden vond ik in de kunsten. Aan het begin van de twintigste eeuw begonnen schilders te experimenteren met verschillende nieuwe beeldtalen. Eén van die beeldtalen is het formeel abstracte schilderen. Geleidelijk aan verdween het figuratieve. Zoals in Mondriaan’s bloeiende appelboom schilderijen. Hij gaat van afbeeldingen van echte bomen naar de abstractie van de essentiële kenmerken van ‘bomen’. Alsof hij zoekt naar ontwerp principes en patronen. Hij lijkt de klasse van objecten te hebben gevonden, afgeleid van haar instanties uit de echte wereld.

Hierop voortbouwend ontstond het Kubisme. Dat lijkt nog meer een antwoord te geven op mijn vragen. Deze kunstenaars zijn in staat alle aspecten van een object tegelijkertijd zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld in Georges Braques Viool. Je ziet de voorkant en de achterkant van de kast, snaren vanuit een totaal andere hoek, specifieke details van de hals van het instrument, etc. De waarneembare wereld wordt herontworpen in nieuwe deeltjes vanuit nieuwe invalshoeken. Het breekt door de normale grenzen door totaal niveau invalshoeken zichtbaar te maken. Soms wordt zelfs beweging zichtbaar gemaakt, zoals in het Futurisme. Bijvoorbeeld in het schilderij ‘Speeding car’ van Giacomo Balla. Deze schilders laten het normale perspectief buiten beschouwing en introduceren een Multi-perspectief of multi-context, precies wat ik nodig had.

Een niet geoefend kijker of belanghebbende moet erg hard werken om de betekenis en de aangebrachte orde te snappen. Nog geen oplossing daarvoor helaas. En onze uitdaging die daarop volgt: hoe vertaal je dit sort kunst beelden naar ‘mood boards’ voor informatie architectuur? Geen eenvoudige taak.

Deze blog is geïnspireerd door het boek Aardschok, Bliksemflits door Wil Uitgeest.

Rijk van Vulpen is enterprise architect bij Caerleon.

Het vangen van de emotie ;-)

‘Dit is de derde dag zonder website en e-mail! Begrijpen jullie de consequenties van ‘geen e-mail’ voor het zaken doen tegenwoordig niet?!’ Deze week was ik in gesprek met mijn internet provider voor het niet nakomen van zijn service afspraken. En dat ging niet zonder emoties gepaard.

Ik realiseerde me op dat moment dat een van de consequenties van het binnengaan van het conceptuele tijdperk, dat we in staat moeten worden om onze emoties te conceptualiseren en gebruiken. In informatie systemen zal dat nodig zijn om de mens-machine interactie uit te breiden, maar ook om met die emoties te kunnen omgaan/vertalen/spelen binnen de systemen. Zoals ik het nu zie wordt emotie een soort infrastructurele component bij alle vastgelegde informatie, zoals ik dat ook verwacht van zaken als tijd, betrokkenen/verantwoording en context. Bijvoorbeeld om vast te kunnen leggen en weer te kunnen geven ‘klant X is verbijsterd door het feit dat haar bank haar heeft gedwongen haar huis te verkopen’.

Dat is niet nieuw. Ook nu gebruiken we emotionele concepten. Een bekend voorbeeld is het gebruik van emoticons in e-mail of msn om te voorkomen dat anderen onze boodschap niet begrijpen. ‘;-) Dit is een subtiel grapje. :-( Dit is geen goed nieuws’. We ervaren dat gebrek aan emotie ook zodra we de robot achtige samengestelde stem horen van een telefonische antwoord service. We hebben veel geavanceerdere modellen nodig dan dit in de toekomst.

Bij het zoeken naar emotie conceptualisaties liep ik aan tegen het W3C initiatief met betrekking tot emoties, begonnen in 2005. Ze hebben use cases en eisen gespecificeerd met betrekking tot een emotie (markup) taal. Nogal handig spul.

Ik liep ook aan tegen EARL, Emotion Annotation and Representation Language, gestart in 2006. Deze taal heeft al een flink aantal eisen van de W3C ingevuld. Het is mogelijk om complexe emoties en gemengde gevoelens uit te drukken en het heeft een regel mechanism voor bijvoorbeeld de mate van simulatie en onderdrukking.

De eerste research is duidelijk gestart, levert resultaten op en kan worden gebruikt. Laten we dat integreren in onze informatie architecten praktijk.

<complex-emotie>
   <emotie opgewonden=”-0.2” category="plezier" probability="0.5"/>
   <emotie category="vriendelijkheid" probability="0.5"/>

       Zie je!!
</complex-emotie>

(Of kan ik hier beter een gedicht aanhalen?)

Rijk van Vulpen is enterprise architect bij Caerleon.

Betekenis geven in complexe domeinen

‘Hoe zal het marktmodel voor de energiemarkt zich ontwikkelen?‘ ‘Hoe kan het welzijn van de jeugd in al haar complexiteit worden gemanaged in Nederland?’

Als informatie architecten proberen we een stabiele verzameling principes, domein modellen of business requirements te verkrijgen. Maar met bovenstaande type vragen die in de business architectuur op ons afkomen, is dergelijke stabiliteit moeilijk te verkrijgen. En omdat we conceptualizers zijn, zullen zulke vragen ons meer en meer hard gaan raken. We zullen dergelijke werelden moeten kunnen bevatten en definiëren. Hoe gaan we daarmee om?

Dit weekend heb ik geprobeerd een aantal nieuwe aanknopingspunten te vinden richting een antwoord. Mijn startpunt dit keer: Karl Weick. In de boekenkast stond een ongelezen exemplaar van het boek Managing the Unexpected: Assuring High Performance in an Age of Complexity. Dat zou me aanknopingspunten moeten geven.

En dat was ook zo. Het leidde me tot het onderscheid tussen routine problemen en complexe problemen met hun ambigue issues, zwakke signalen en gebrekkige definitie. Het leidde me ook naar het Cynefin framework, die dit goed illustreert. En het vernieuwde mijn interesse voor het complexe adaptieve systemen domein, met name de toepassing hiervan op organisaties.

Behalve een beter inzicht, bracht het me ook op het pad naar praktische oplossingen voor het omgaan met dit soort complexe situaties. In de vorm van methoden zoals contextualiseren / multi-ontology en betekenisgeving. Deze methoden formaliseren wat we al doen: we brengen verschillende belanghebbenden met hun verschillende blik samen tot uitwisseling en betekenis van de situatie waarin ze zitten. Maar in dit geval met behulp van verhalen en annekdotes.

Wellicht komt mijn ervaring met het vertellen van sprookjes aan mijn kinderen nog heel erg van pas in de toekomst.

Rijk van Vulpen is enterprise architect bij Caerleon.

Verschillende wereldbeelden

In mijn vorige blog gaf ik aan dat wij – kennis werkers en informatie architecten – waarde moeten toevoegen vanuit innovatieve conceptualisaties van de echte wereld. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zelfs als het geleidelijk wilt realiseren is het nogal een stap om buiten het gebruikelijke te conceptualiseren.

Eén kernelement hierin is wat ik noem ons wereldbeeld. Waarmee ik bedoel het raamwerk van ideeen en overtuigingen waarmee wij de wereld interpreteren. Onze ervaring, onze opleiding en onze opvoeding hebben ons dat wereldbeeld gebracht. En dat wereldbeeld is ingeslepen in onze hersenen, het beperkt ons om nieuwe opties te zien.

Een eerste stap om innovatief te conceptualiseren is daarom om je bewust te worden van je huidige wereldbeeld(en). En om nieuwe te proberen. Provocatie kan daarbij helpen. "Het glas is niet half vol, het is half leeg! Er is overvloed, geen tekort! Maak het menselijk of op de menselijk maat!" Het wereldbeeld is bepalend voor de problemen en de oplossingen die je kan zien.

In mijn opinie zou het Zachman Architectuur raamwerk in de Scoping laag (of Planner view ) het wereldbeeld ook moeten adresseren. In haar huidige definitie doet zij dat niet. “Het definieert het doel en het gedrag van de business vanuit een plannersblik. De scope biedt lijsten van de belangrijke zaken die de business policies bepalen en haar uitkomst, externe eisen en drijvers.” Door hier verschillende wereldbeelden aan toe te voegen, bijv. van meerdere belanghebbenden, kan de innovatie beginnen. Door het proberen van alternatieven, een socratische vraagstelling of door provocatie.

Rijk van Vulpen is enterprise architect bij Caerleon.