Informatie-eigendom

Op 28 april heeft de IGZ, de Inspectie voor de Gezondheidzorg, een circulaire gestuurd naar alle openbare - en ziekenhuisapotheken. Hierin wordt gewaarschuwd dat de elektronische gegevensverwerking in en tussen apotheken op dit moment onbetrouwbaar is. Een en ander heeft in de landelijke pers voor flinke opschudding gezorgd. De

“(…) risico’s zijn onder andere:
  • Het niet optreden van medicatiebewakingsignalen bij bijvoorbeeld allergie, contraindicaties, interacties en (pseudo) dubbelmedicatie.
  • Het ontbreken van patiëntbestanden in de dienstapotheek terwijl deze wel aanwezig zijn in de elektronisch gekoppelde zogenoemde bronapotheek.”
Eerlijk gezegd heeft het me altijd al verbaasd dat je als apotheker een academische titel moet hebben om het handschrift van een arts te kunnen ontcijferen en de inhoud van een doosje af te kunnen lezen. Maar, werd mij dan verzekerd, de apotheker voegt waarde toe door de interactie tussen medicijnen te bewaken. Helaas, ook dat blijkt dus niet waar te zijn.

Vanuit informatiekundig perspectief zijn er voor de hand liggende verklaringen voor de gesignaleerde problemen: patiënten worden niet herkend en komen daardoor meervoudig voor in het systeem. Medicijnen die bij de ene identiteit staan geregistreerd worden niet in aanmerking genomen bij uitreiking aan de andere identiteit. Of patiënten betrekken medicijnen vanuit meerdere bronnen, waarbij de bronnen niet (goed) gekoppeld zijn.

Wat opvalt bij de maatregelen die de IGZ voorschrijft is het ontbreken van de betrokkenheid van de patiënt. De maatregelen beginnen allemaal met “Iedere apotheek moet”, “Apothekers moeten” en “Zolang de apotheker niet”. Ook de apothekers zelf hebben daar overigens een blinde vlek. In enkele van de radio-interviews die rond het verschijnen van de circulaire werden uitgezonden, betreurden apothekers het feit dat je tegenwoordig ook medicijnen via internet kunt bestellen. Daardoor is het medicijnengebruik ‘onzichtbaar’. De vraag die daarop niet gesteld werd, maar meteen bij mij naar boven kwam, is: onzichtbaar voor wie? Als ik medicijnen via het internet bestel, of bij de apotheek op mijn vakantieadres, of waar dan ook, dan ben ik daar toch zelf bij?

Van wie is de informatie over mijn medicijnengebruik? Van mij toch? En wie heeft het meest een direct belang bij het juist, volledig en tijdig beschikbaar hebben van die informatie? Dat ben ik toch zelf? Waarom wordt mijn rol hierin dan helemaal te niet gedaan?

Ik heb niet de illusie dat alle problemen zijn opgelost, door de patiënt zelf verantwoordelijk te maken voor de registratie van zijn medicijnen. Maar als ik verantwoordelijk ben voor het beheer van mijn eigen geld, kan ik volgens mij ook verantwoordelijk worden gesteld voor het beheer van mijn medicijnverbruik. Dat ik dat dan vervolgens delegeer naar een door mij te kiezen instantie (wellicht mijn eigen apotheker?), doet daar niets aan af. Het beheer van mijn geld doet ook een bank voor mij. Die bank zou als voorbeeld kunnen dienen bij het vormgeven van het EMD (het elektronisch medicatie dossier).

Informatie-eigendom is een relatief onontgonnen gebied in onze informatiemaatschappij. Het bovenstaande heeft misschien tot denken aangezet. Meer ideeën hierover kun je vinden op http://www.dotindividual.com/.