Het belang van betekenisnuances
Betekenis is context
Als het eruitziet als een eend, kwaakt als een eend en waggelt als een eend, is het waarschijnlijk een eend. Is dat beest nu eenduidig gespecificeerd? Nee natuurlijk niet, want er zijn talloze verschillende soorten eenden. Met andere woorden, voor een eendoloog, of hoe iemand die alles van eenden weet ook heten mag, zijn er al 4 onderfamilies.
Betekenis is ongrijpbaar. U zit dit verhaal nu te lezen maar ik heb geen enkele zekerheid dat u begrijpt wat ik bedoeld heb. U heeft daaromtrent evenmin zekerheid, dat ik bedoelde wat u denkt dat ik bedoelde. Betekenis is individueel. Betekenis is het mentale beeld dat zich vormt naar aanleiding van de tekst die u leest. Algemener: betekenis is het mentale beeld dat zich vormt naar aanleiding van het ontvangen van communicatie. Als u het woord ‘eend’ leest kunt u aan een zwemvogel en aan een auto denken. Maar zelfs als uit de communicatie duidelijk blijkt dat het om de zwemvogel gaat, kan het mentale beeld dat het bij u oproept nog enorm variëren. De één denkt aan een tamme eend en de ander aan een wilde. Is dat erg? Zolang alle relevante eigenschappen (bijvoorbeeld zwemmen en vliegen) door beide betekenissen worden gedeeld is het helemaal niet erg. Maar oh wee als dat niet het geval is …
In de praktijk gaan we er klakkeloos vanuit dat we elkaar begrijpen, terwijl dat heel vaak niet het geval is. Of, en dat is eigenlijk nog veel erger, in elk geval niet helemaal! Het probleem wordt veelal veroorzaakt doordat we elkaar voor 95% juist begrijpen. We hebben het allebei over een tamme, witte zwemvogel van de eenden familie. Brede oranje snavel, zwemvliezen tussen de teennagels, wit donsdek, vrolijke kraalogen. Zolang we het dier blijven beschrijven versterken we elkaar in de overtuiging dat we het over hetzelfde dier hebben. En dat hebben we ook. En toch kan bij mij een metaal beeld van een heerlijk gemarineerd eendenboutje worden opgeroepen en bij u het beeld van een donzig huisdier. We hebben het over precies dezelfde eend maar hebben er, onuitgesproken, totaal verschillende associaties bij.
Die verschillende associaties worden bepaald door de context waarin we denken: ik denk als Bourgondiër aan eten, u denkt als dierenliefhebber aan een huisdier (of andersom, als u daar de voorkeur aangeeft; wellicht bent u liever Bourgondiër dan dierenliefhebber). De suggestie dat de eend geslacht moet worden doet de dierenliefhebber in woede ontbranden; de Bourgondiër begrijpt niet waar het over gaat: we gingen toch gemarineerde eendenborst eten? Context bepaalt betekenis. Een eend in de context eten is een andere eend dan dezélfde eend in de context huisdier. De eend is dezelfde, en toch heeft het een verschillende betekenis.
Dezelfde contextuele betekenisverschillen doen zich doorlopend voor in onze zakelijke informatiekundige praktijk. Als ik een commerciële verantwoordelijkheid heb is een product iets anders voor mij dan wanneer ik een logistieke verantwoordelijkheid heb. Desondanks kunnen we het inderdaad over hetzelfde product hebben. Als commerciële man zijn de voordelen voor de klant, waarmee ik het product aan de man kan brengen, ‘het product’. Als logistieke man zijn het gewicht en de maten primair van belang. Doordat we naar hetzelfde product kijken, en ons eigen mentale beeld als de vanzelfsprekende waarheid aannemen, kunnen we enorm langs elkaar heen praten. Als we om logistieke redenen producten verschillend assembleren maar in de ogen van de klant uiteindelijk hetzelfde product voor dezelfde prijs leveren, hoeft de verkoper dat niet te weten. Sterker nog: al die verschillen die voor hem niet relevant zijn, maakt zijn werk alleen maar ingewikkelder.
Informatiekunde bestaat bij de gratie van betekenis. De subtiliteit van betekenisvariaties is enorm. Ieder communicatieprobleem is, zodra de boodschap bij de ontvanger is aangekomen, terug te voeren tot een betekenisprobleem. Ultiem is betekenis volstrekt persoonlijk. Ieder heeft zijn eigen mentale beelden. In de praktijk is dat niet praktisch: daarom ben je als informatiekundige betekenis aan het ordenen. Je maakt modellen van de betekeniswereld. Je probeert betekenis zo te ordenen dat de essenties ervan blijven bestaan terwijl onnodige ruis wordt weg gefilterd.
Wat zie je gebeuren: er wordt bij het begin van een project een ‘glossary’ (woordenlijst) opgesteld en aan de verschillende termen in het project wordt een ‘eenduidige’ uitleg gegeven. Er wordt net zolang gesleuteld tot iedereen zich in de betekenissen kan vinden. Alle nuance worden ‘weggepolderd’, en waarom? De woordenlijst is belangrijk, zeker. Maar in plaats van te proberen alle nuance weg te poetsen, moeten we ze juist koesteren. Die nuances hebben een functie in de dagelijkse praktijk. Het is van belang die nuances te expliciteren in plaats van weg te moffelen en glad te strijken.
Bij het standaardiseren van glossaries en gegevensmodellen zijn we daar wél mee bezig: de dierenliefhebber belasten met de braadtijd van eendenborst. Kan het wreder? Of de verkoper belasten met al die logistieke informatie waar hij niets van hoeft te weten. Informatiekundig willen we graag alle betekenissen tegelijk in 1 model stoppen. Waarom? Onder het mom van interoperabiliteit denken we door de standaardisering werk te beperken. Met het risico, nee, met de zekerheid dat we standaards verschillend interpreteren en dus weer terug bij af zijn: we denken elkaar te begrijpen maar het ‘mentale model’, na interpretatie, is uiteindelijk toch verschillend.
Hoe moet het dan wel? Per term in de woordenlijst moet onderzocht worden in welke contexten de term voor kan komen. Misschien is dat wel de belangrijkste taak: het onderscheiden van die contexten en, daaraan gerelateerd, betekenisverschillen. Het feit dat we er een verschillende betekenis aan geven wil niet zeggen dat het verschillende dingen zijn. Maar de context waarin we het plaatsen bepaalt de eigenschappen die het heeft.
In de voorbeelden die ik aanhaal zijn de betekenisverschillen vanuit de verschillende contexten heel groot en eenvoudig expliciet te maken. Daar ben ik juist naar op zoek om aan te tonen dat dezelfde objecten in verschillende contexten verschillende betekenissen, en dus informatiekundige gevolgen hebben. Het probleem wordt verergerd zodra we ons realiseren dat er een schaal is waarop de betekenis varieert. Soms zijn betekenissen identiek. Soms zijn ze totaal verschillend. Meestal zit het er ergens tussenin. Daar moet de informatiekundige de grens trekken welke betekenisverschillen wel, en welke niet relevant zijn.
Dit laat onverlet dat de huidige praktijk veel te weinig oogt heeft voor de betekenis nuance. Dus, laat je niet foppen door efficiëntie drang: als je betekenisnuances niet onderkend zijn de gevolgen desastreus.
















